- Inleiding
- KosmologieŽn
- Wetenschap
- Helende kracht van leem
- Leem
- Kwaliteitsproeven
- Stro
- Water
- Leembouwmetoden
- Kwaliteiten van leem
- Aardepigmenten
- Bibliografie

Leembouw Dokumentatie

AANTEKENINGEN UIT DE LEEMBOUW LITERATUUR
Pagina 1.
 
Voor verdere informatie zie bibliografie.

Inleiding:

De oudste bekende gebakken keramiek is 9000 jaar oud. Duizenden jaren daarvoor gebruikte men ongebrande klei. In de grotten van Altamira in Spanje kan men een kop van een Muskus-os zien, die 30.000 jaren geleden in de vochtige klei werd getekend. Ongeveer 10-20.000 jaar later ontstonden de kleifiguren van twee bisons in een grot in de PyreneeŽn. Het gebruik van klei als plasties materiaal is geen menselijke uitvinding. De mens vond voorbeelden in de natuur: Insecten, die hun behuizing uit fijne, vochtige leem modeleren, vogels, die hun nesten met klei afsmeren.

Alle beschavingen hebben met leem gebouwd; Jericho werd zo'n 10.000 jaar geleden opgebouwd met leem, zoals Babylon en de Chinese muur. Vitruvius prees in zijn architektuur boeken het gebruik van ongebakken stenen. Het tempel terrein van Ramses II te Luxor toont nog leemsteen gewelven, die zonder bekisting zijn gebouwd 3000 jaar geleden. Tacitus schreef reeds over de bouw in hout en leem bij de Germanen.  

Tellem grot
Leembouw is erg oud.
Tellem grotwoningen uit de middeleeuwen in Mali, Afrika.
KosmologieŽn:
Dogon huis
Dogon woning aan de voet van de rotswand onder de Tellem grotten. (zie boven)

In Kosmonauten op de SinaÔ van Zarkon lees ik over de Egyptiese god Khnum, die 'een ei vervaardigde uit de modder van de Nijl, uit welk ei later alles voort kwam.' Omdat deze god mij nog onbekend is, zoek ik verder in de Larousse Encyclopedia of Mythology en vind daar over Khnum (Khnemu): Zijn naam was onder de Grieken bekend als Khnoumis en was een god van de regio van de Cataracten. Hij werd afgebeeld als een man met een kop van een ram met lange golvende horens, zoals de gebogen horens van de ram-hoofdige Amon. Hij was een god van de vruchtbaarheid en de schepping en werd oorspronkelijk aanbeden in de vorm van een ram of een mannelijke geit. Hij moet de Nijl hebben gesymboliseerd, die van de hemel komt om de aarde vruchtbaar te maken. Zijn belangrijkste heiligdom was nabij de Cataracten, vlakbij waar de eerste Egyptenaren de oorsprong van de rivier plaatsten, op het eiland van Elephantine waarvan Khnum als de souvereine vorst was uitgeroepen. Vanaf deze tempel ontving hij met zijn twee vrouwen Sati en Anukis offers en waakte over de oorsprong van de Nijl. Knum betekent 'de vormer' ('the Moulder') en hij had het wereldei gemaakt op zijn boetseerschijf. In Philae werd hij genoemd 'de pottenbakker die de mens vormde en de goden modelleerde'. Hij vormde de ledematen van Osirus, want hij was het, die alle vlees schiep - de schepper die goden en mensen verwekte. In die kwaliteit presideert hij over de formatie van kinderen in hun baarmoeder. 

Hoofdstuk 3. in de Kosmonauten op de SinaÔ is getiteld DynastieŽn uit klei. Zarkon wijst erop, dat de drie grote wereldgodsdiensten, het Judaisme, het Christendom en de Islam, stellen, dat de mens uit modder of uit klei is gemaakt.
"De Islamitische Bijbel, de Koran (Sure VI, verzen 1 en 2) beschrijft het begin van de mens aldus:
  
1. Geprezen zij Allah, Die de hemelen en de aarde schiep   en de duisternis en het licht deed heersen ...
  
2. Het is Hij, die u uit klei geschapen heeft ...
Elders bevestigt de Koran, waarin God zich vele malen rechtstreeks tot de lezer richt (Sure XV, verzen 26 en 28):
 
26. Waarlijk, Wij schiepen de mens uit pottenbakkersaarde  van zwarte modder ...
 
28. En (herinnert u) toen uw Heer zei tot de engelen: Lo!  Ik schep thans een sterveling uit pottenbakkersklei  van zwarte modder ...
En tenslotte in Sure, vers 7:
 
Die alle dingen goed verrichtte die Hij schiep en Hij   begon het scheppen van de mens uit klei...

De Dogon in Malie Africa zijn bekend om hun kennis van de cosmos en hun mythen benadrukken de rol van leem in hun dagelijkse en cosmiese bestaan.

Tijdens de derde schepping vormde de god Amma ditmaal uit leem 8 Nommo's, 4 dubbelwezens, de onsterfelijke voorouders, de eerste mythiese generatie van het mensengeslacht.

De voorraadschuur was eigenlijk een geweven mand met ronde opening en vierkante basis om de aarde en boetseerklei in te vervoeren. De struktuur was van boetseerklei, hemelse aarde, gevormd met aan iedere zijde een trap uit≠gespaard gericht naar een windrichting. Het geheel heette ‘Graanschuur van de Meester van de Pure Aarde’. De struktuur vormt het patroon voor de heden≠daagse graanschuurtjes en is evenzo het model voor de geweven manden. Het heelal wordt voorgesteld in de vorm van een omgekeerde korf: de zon beneden is rond; de hemel daarboven is vierkant. De hemelse opslag≠schuur heeft ook de vorm van een omgekeerde korf. De korf van de Dogon is een symbool.

Wetenschap:
 

Slechts kort geleden, in 1974, kwam er een indicatie, dat het leven zou kunnen zijn ontstaan zoals de Bijbel, de Koran en andere religies aannemen: uit klei. Dr Graham Cairn Smith, verbonden aan de universiteit van Glasgow, chemische faculteit, werkt volgens deze hypothese. Voor wij echter Cairn Smith's denkbeelden verklaren, is het wenselijk om in grote lijnen de nieuwste ontdekkingen op het gebied van de erfelijkheid na te gaan.  
 Erfelijkheid - dat is het overgaan van kenmerken, van geslacht op geslacht, bij alle levensvormen, berust op een stof, die bekend is als DNA, deoxyribonucleinezuur. Deze stof bestaat uit microscopische fijne slierten van moleculen. Zoals die worden aangetroffen in eenvoudige virussen en in chromosomen, de kernen van levende organismen. Deze slierten hebben de vorm van dubbele, in elkaar gedraaide spiralen, helixen genaamd. Zij bevatten al de genetische informatie of de code, die de karakteristieken van levende wezens bepalen.  Maar dr Cairn Smith was er niet zeker van dat dit DNA-materiaal, dat bijzonder gecompliceerd is van constructie, primitief genoeg is om te kunnen hebben gediend als oerpatroon voor het ontstaan van het eerste leven. Hij ging derhalve op zoek naar een andere stof, die onder waarlijk fundamentele, primitieve omstandigheden werkzaam zou zijn. Hij kwam tot de slotsom dat een type kristal met spontane groeimogelijkheden het meest waarschijnlijk was. Hij ontdekte dat klei de eigenschappen leek te hebben; het vermogen om een patroon of code van informatie in stabiele vorm vast te houden en dat patroon, als een dupliceer-apparaat, door te geven aan nieuw gevormd materiaal. Klei bestaat namelijk uit opeenstapelingen van onderling verbonden plaatjes, die aluminium en silicium-atomen bevatten, welke in variabele patronen kunnen worden gerangschikt. Deze patronen kunnen veranderingen ondergaan naarmate nieuwe kleivormingen door nabije oudere lagen worden 'beÔndrukt'. Dit, zo meent dr Cairn Smith, was een systeem van ontwikkeling door natuurlijke selectie, proefondervindelijk - het eerste stadium dat nodig was voor het vormen van moleculen en combinaties daarvan, dat als basis kon dienen tot de ingewikkelde systemen voor de eerste levensvormen. Van hieruit stelt hij, zou het biologische proces plaats gehad kunnen hebben, dat resulteerde in DNA.   
Het komt er dus op neer dat klei heel goed de basis geweest kan zijn van het primitieve leven: blauwdruk van de mens. In zijn enig stadium van alle spontane 'experimenten', door de klei-patronen uitgevoerd, werden substanties geproduceerd, die we nucleotiden noemen. Daaruit bestaan de DNA-moleculen.  Volgen dr Cairn Smith kan het klei-proces andere dingen bewerkstelligd hebben en ongetwijfeld deed het dat inderdaad. Dat alle moderne organismen hetzelfde genetische materiaal gebruiken, impliceert niet dat dit het enige mogelijke genetische materiaal is; het betekent alleen dat het het enige is, dat is overgebleven.

"Met de klei-theorie wordt de grote kloof die er tussen wetenschap en religie bestaat weer enigszins overbrugd. In de Bijbel is er immers ook sprake van dat de mens door God gekneed is uit het stof der aarde. 'Toen vormde Jahweh God den mens uit kleiaarde, en blies levensadem in zijn neus, zo werd de mens een levend wezen. (Genesis 2; 7) - en zo wordt materie tot bezielde materie."

 
Dr. A.G. Cains-Smith schreef Seven clues to the origin of life. Uit een artikel in NRC-Handelsblad van 4-4-1985 hierover het volgende:  
“Op een symposium van de Amerikaanse ruimteorganisatie NASA in Californie zijn nieuwe aanwijzingen voor de klei-hyothese bekendgemaakt. In experimen≠ten van een NASA-team bleek, dat kleideeltjes veel beter in staat waren energie vast te houden dan men voorheen had aangenomen. Eerder was al bekend dat klei een katalysator is, chemische reakties tot stand kan brengen. In vroegere NASA-experimenten hielpen kleideeltjes aldus amino≠zuren te laten ontstaan uit simpele anorganische gassen en vloeistoffen die overal in het heelal voorkomen. Omdat aminozuren de bouwstenen zijn van eiwitten gaven deze experimenten al veel steun aan de kleihypothese. Men deed verslag van experimenten waarbij kleideeltjes lichtdeeltjes uitstootten, nadat ze aan allerlei behandelingen waren blootgesteld”.   
"Men concludeerde dat de kleideeltjes gedurende langere perioden - soms wel enkele dagen - energie konden binden. Daarmee zou klei funkties verenigen die essentieel zijn bij het ontstaan van: leven op aarde, de mogelijkheid om chemische reakties te katalyseren plus de kapaciteit om energie voor deze reakties te leveren."  
 
 

Terug naar Index

Terug naar begin Pagina

Volgende Pagina 2.